- Alle kinderen mogen zich in hun basisschoolperiode veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.
- Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken.
- Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan!
- Leerkrachten en medezeggenschapsraad onderschrijven gezamenlijk dit protocol.
- Dit protocol is in de teamvergadering van 10 november 2005 vastgesteld en wordt aan onze standaarden toegevoegd. We zullen in de nieuwsbrief kenbaar maken dat dit protocol op onze website staat.
|
Pesten op school Hoe gaan we er mee om? |
Pesten komt helaas op iedere
school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze
school serieus aan willen pakken.
Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden:
VOORWAARDEN
- Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/verzorgers.
- De school probeert pestproblemen te voorkomen (zie standaarden).
- Pesten moet met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt, schoolregels moeten kenbaar worden gemaakt en (eventueel) worden met de leerlingen (groeps) regels vastgesteld.
- Als pesten optreedt, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.
- Wanneer het probleem of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert dan is de inschakeling van een vertrouwenspersoon nodig.De vertrouwenspersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen.
- Op iedere school is een vertrouwenspersoon aangesteld.
HET PROBLEEM DAT PESTEN HEET:
Een pestproject alleen is niet voldoende om een eind te maken aan het pest-
probleem. Het is beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te laten komen,
zodat het ook preventief kan werken. (kanjermethode)
HOE GAAN WIJ DAAR MEE OM ?
Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:
Deze lijst kan nog verder
worden uitgebreid: je kunt het zo gek niet bedenken of volwassenen en dus ook
leerlingen hebben het bedacht. Leerkrachten en ouders moeten daarom alert zijn
op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen
wanneer bepaalde gedragingen hun norm overschrijden.
REGEL 1:
Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt
opgevat als klikken. Vanaf de kleutergroep brengen we kinderen dit al bij:
je mag niet klikken, maar… als je wordt gepest of als je ruzie
met een ander hebt en je komt er zelf niet uit dan mag je hulp aan de
leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken.
REGEL 2:
Een tweede stelregel is dat een medeleerling ook de verantwoordelijkheid heeft
om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn
immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.
REGEL 3:
Samenwerken zonder bemoeienissen:
School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Dit
neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen. Het is
bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om
eigenhandig een probleem voor hun kind op te komen lossen. Bij problemen
van pesten zullen de directie en de leerkrachten hun verantwoordelijkheid
(moeten) nemen en indien nodig overleg voeren met de ouders. De inbreng van de
ouders blijft bij voorkeur beperkt tot het aanreiken van informatie, tot het
geven van suggesties en tot het ondersteunen van de aanpak van de school.
REGELS DIE GELDEN IN ALLE GROEPEN:
- Doe niets bij een ander kind, wat jezelf ook niet prettig zou vinden.
- Kom niet aan een ander als de ander dat niet wil.
- We noemen elkaar bij de voornaam en gebruiken geen scheldwoorden.
- Als je kwaad bent ga je niet slaan, schoppen, krabben (je komt niet aan de ander).
- Probeer eerst samen te praten. Ga anders naar de meester of de juf.
- Niet: zomaar klikken. Wel: aan de juf of meester vertellen als er iets gebeurt wat je niet prettig of gevaarlijk vindt.
- Vertel de meester of de juf wanneer jezelf of iemand anders wordt gepest.
- Blijft de pester doorgaan dan aan de meester of juf vertellen. Kinderen die pesten zitten zelf in de nesten !
- Word je gepest praat er thuis ook over, je moet het niet geheim houden.
- Uitlachen, roddelen en dingen afpakken of kinderen buitensluiten vinden we niet goed.
- Niet aan spullen van een ander zitten.
- Luisteren naar elkaar.
- Iemand niet op het uiterlijk beoordelen.
- Nieuwe kinderen willen we goed ontvangen en opvangen. Zij zijn ook welkom op onze school.
- Opzettelijk iemand pijn doen, opwachten buiten school, achterna zitten om te pesten is beslist niet toegestaan.
- Probeer ook zelf een ruzie met praten op te lossen. Na het uitpraten kunnen we ook weer vergeven en vergeten.
- Deze regels gelden op school en daarbuiten
Toevoeging:
Kinderen mogen in hun eigen groep een
aanvulling geven op deze vastgestelde schoolregels, in overleg met de
leerkracht.
Die aanvulling wordt opgesteld, door en met de groep, dit zijn de
zgn groepsregels.
We bieden alle regels aan in het begin van het schooljaar.
AANPAK VAN DE RUZIES EN PESTGEDRAG IN VIER STAPPEN:
Wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en/of elkaar pesten proberen zij en
wij:
(wanneer het vaker gebeurt, melden we dit aan de ouders)
| STAP 1: |
Eerst zelf ( en samen) uit praten.
| STAP 2: |
Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt, heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de meester of juf voor te leggen.
| STAP 3: |
De leerkracht brengt de
partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en
probeert samen met hen het probleem op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.
Bij herhaling tussen dezelfde leerlingen volgen sancties (zie bij
consequenties).
(Deze worden aan het gehele team kenbaar gemaakt)
| STAP 4: |
Bij herhaaldelijke ruzie/
pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling en houdt een bestraffend
gesprek met de leerling die pest /ruzie maakt. De fases van bestraffen treden in
werking (zie bij consequenties).
Ouders worden op de hoogte gebracht van het herhaaldelijk ruzie-pestgedrag.
Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een
oplossing.
| De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen. |
CONSEQUENTIES
| De leerkracht heeft het idee dat er sprake is van onderhuids pesten: |
In zo’n geval stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die weg bij het probleem in de klas te komen.
| De leerkracht ziet dat een leerling wordt gepest.(of de gepeste of medeleerlingen komen het bij hem/haar melden) En vervolgens leveren stap 1 tm 4 geen positief resultaat op voor de gepeste. |
De leerkracht neemt duidelijk
een stelling in.
De straf is opgebouwd in 5 fases; afhankelijk hoelang de pester
door blijft gaan met zijn/ haar pestgedrag en geen verbetering vertoond in zijn
/ haar gedrag:
FASE 1:
Een of meerdere pauzes binnen blijven ( leerkrachten melden dit –
met de reden- aan de ouders)
Nablijven (gedurende een bepaalde periode) tot alle kinderen naar huis
vertrokken zijn (voorkoming van ontmoeten van verschillende partijen; ook aan
ouders melden)
Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn of
haar rol in het pestprobleem
Door gesprek: bewustwording voor wat hij met het gepeste kind uithaalt
Afspraken maken met de pester over
gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken
komen aan het einde van iedere week (voor een periode) in een kort gesprek aan
de orde.
FASE 2:
Een gesprek met de ouders, als voorgaande acties op niets uitlopen. De
medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan
het probleem te maken.
FASE 3:
Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals de
Schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD of schoolmaatschappelijk
werk.
FASE 4:
Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk
in een andere groep te plaatsen. Ook het (tijdelijk) plaatsen op een andere
school behoort tot de mogelijkheden.
v FASE
5:
In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden.(zie beleid
t.a.v. aanname en verwijdering)
BEGELEIDING VAN DE GEPESTE LEERLING:
Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest.
Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten.
Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken.
De leerling in laten zien dat je op een andere manier kunt reageren.
Zoeken en oefenen van een andere reactie bijvoorbeeld je niet afzonderen.
Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.
Nagaan welke oplossing het kind zelf wil.
Sterke kanten van de leerling benadrukken.
Belonen (schouderklopje) als de leerling zich anders/beter opstelt.
Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s).
Gepeste kind niet overbeschermen bv. naar school brengen of ‘ik zal het de pesters wel eens gaan vertellen’ Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.
BEGELEIDING VAN DE PESTER:
Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:
Een problematische thuissituatie
Voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten voelen)
Voortdurend in een niet-passende rol worden gedrukt
Voortdurend met elkaar de competitie aan gaan
Een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt
Adviezen aan de ouders van onze school:
Ouders van gepeste kinderen:
|
a. -
Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind. |
Ouders van pesters:
Alle andere ouders: